Het verhaal van de oude boom

door Manu Keirse, bewerkt door Emmie van der Horst voor Wereldlichtjesdag 2025

Er was eens een oude boom. Zijn leven lang had hij in het mooie grote bos gestaan. En heel soms,
als de jonge bomen erom vragen, dan vertelt hij over zijn leven. Luister maar.

Het leven in ons bos is warm en goed. Wat is het gezellig, samen met alle vogels en de andere dieren. Wij bomen groeiden, jaar na jaar, in lente, zomer, herfst en winter. Ik was al een flinke boom met mooie takken, waar ik heel trots op was. Tot die ene dag, de dag die alles veranderde. Die dag werd de lucht gitzwart. Het bliksemde. De wind loeide en schudde ons door elkaar. En omdat we nog vol in het blad stonden, scheurde hij bij heel veel bomen grote takken af. Het werd een verschrikkelijke ravage. Ook ik was mijn mooiste tak kwijt. Een grote wond gaapte in mijn stam en deed veel pijn. De dag van de grote storm… die dag vergeten we nooit meer. Daarna was alles anders. Wij waren niet meer wie we daarvoor waren. Hoe moesten we omgaan met zoveel verlies? De tijd gaat immers door? Maar hoe dan?

Het eerstvolgende voorjaar kwam. De zon nodigde ons allemaal uit om te groeien. Er waren bomen die zeiden: "Nee zon, groeien, dat kan ik niet meer. Ik mis een belangrijke tak. Zie je dat niet? Niets kan mijn tak vervangen. Ik weet niet hoe ik verder moet." Die bomen groeiden inderdaad niet meer. Alles leek stil te staan, ook in de volgende jaren. Ze bleven klein en kwamen steeds meer in de schaduw van andere bomen. Daardoor kon de zon niet meer bij hen doordringen.

Andere bomen zeiden: ”Ja zon, kom maar hoor. We moeten door! Gewoon verder gaan alsof er niets aan de hand is, dat is het beste.” Zij besloten om het verlies te vergeten en er nooit meer over te praten. En ja, dat leek sterk! Ze groeiden ook echt. Maar we wisten nog niet dat ze van binnen zwakker werden. Misschien hadden we het kunnen vermoeden door de stinkende zwammen in de wond. Onzichtbaar verloren hun wortels de grip op de aarde. Helaas, bij volgende stormen waaiden ze om, de één na de ander.

En ik? Ik wist niet goed wat ik moest doen. Ook ik was geschrokken van de pijn en de leegte in mijn lijf en ik rouwde ook om mijn verlies. Het eerste voorjaar, toen de zon me uitnodigde om te groeien, zei ik: "Nee zon, dit jaar nog niet. Mijn pijn is te groot." Toen de zon het tweede voorjaar weer terugkwam met zijn uitnodiging, heb ik gezegd: "Ja zon, verwarm mij nu. Nog niet om te groeien maar wel om mijn wond te verwarmen. Ze moet weten dat ze erbij hoort." Toen de zon het derde voorjaar weer terugkwam, zei ik: "Ja zon, laat mij groeien. Ik denk dat er nog meer te groeien is." Sindsdien sloot mijn wond ieder jaar een beetje. Nu ben ik groter en sterker. De dichtgegroeide wond hoort bij mij. En ik vergeet nooit dat ik ooit een tak had. En dat ik die nog altijd mis.